Blossfechten in Liechtenauer langzwaard
"wer do leit der ist tot, wer sich ruret der lebt noch"
Inleiding
Johannes Liechtenauer (1320-?) Schreef een reeks verzen (“Merkeverze”)
Hanko Dobringer (priester) schreef in 1389 een aantal commentaren (glosa) op
de verzen van Liechtenauer
Sigmund Ringeck (schermmeester onder de hertog van Bavaria) schreef rond 1420-1440
zijn eigen commentaren op de Merkeverze.
Liechtenauer's verzen beslaan 3 domeinen:
-blootvechten
-harnasvechten (met zwaard en speer)
-rosvechten
Dobringer geeft een vrij conceptuele commentaar, en niet op alle verzen. Na zijn commentaren op Liechtenauer volgt een stuk “interessante oefeningen” van hemzelf. Deze verwijzen naar verschillende technieken die niet vernoemd worden bij Liechtenauer: Pforten, Eyserenpforten, Pfobenczagel, Wechselhewen, Krawthacken, Noterczunge, Weckemeister, Stoerczhaw, Schrankhut.
Sigmund Ringeck geeft voor alle verzen van Liechtenauer een beschrijving van
technieken die als toepassing van het vers kunnen dienen. Soms vernoemt hij
hierbij technieken die Liechtenauer niet vermeldt: Schrankhut, Nebenhut, das
Redel
De structuur van Ringeck's boek is:
-blootvechten van Liechtenauer
-kortzwaard en klein schild (buckler)
-worstelen
-harnasvechten van Liechtenauer
-rosvechten van Liechtenauer
Ietwat ongewoon is de afwezigheid van dolkvechten, hoewel Liechtenauer het wapen vernoemt in zijn inleiding.
Blootvechten
De rest van deze tekst beperkt zich tot het deel “blootvechten”.
De volgorde der technieken is soms verwarrend, er is ook veel herhaling omdat alles samenhangt. Soms worden verschillende namen voor hetzelfde of dezelfde namen voor iets anders gebruikt, waarschijnlijk om de verzen te doen rijmen. De spelling varieert ook konstant.
De inleiding zegt dat er “17 hoofdstukken” zijn en somt ze op, maar de eigenlijke hoofdstukken zijn anders. De 17 hoofdstukken volgens de inleiding:
Zornhau, krumphau, zwerchhau, schielhau, scheitelhau, alber (slaat waarschijnlijk op de 4 leger), 4 versetzen, nachraysen, uberlauffen, absetzen, durchwechseln, zucken, durchlauffen, abschneiden, hend trucken, hengen, winden.
De onderverdelingen in de tekst zijn daarentegen:
zornhau
4 blossen
krumphau
zwerchhau
schilhau
schaittelhau
4 leger
4 versetzen
nachreisen
uberlauffen
absetzen
durchwechseln
zucken
durchlauffen
abschnyden
hend trucken
zwayen hengen
sprechfenster
die beschliessung der zedel
Latere meesters spraken van de “hoofdslagen”: oberhau, unterhau, en mittelhau; en de “meesterslagen” zornhau, krumphau, zwerchhau, schielhau, scheitelhau. Liechtenauer maakt het onderscheid niet, hij vermeld wel oberhau en unterhau maar weidt er geen hoofdstuk aan. Waarschijnlijk was dit basis.
Basisprincipes in de inleiding, volgens Ringeck:
-volg altijd de slag met de voet.
-een rechtshandige valt beter rechts aan, een linkshandige links.
-neem initiatief, wacht niet. Sla naar de man, niet naar zijn zwaard, anders
zal hij durchwechseln.
-sterk en zwak van het zwaard
-vor, nach, indes
-lengte en maat (dynamische afstand)
Dobringer voegt daaraan toe:
-korte, rechte bewegingen, direct naar dichtste openingen slaan, simpel, en
snel
-beter 1 goede slag dan 6 slechte
-vorslag, naslag
-training is belangrijker dan techniek
-vastnemen van het zwaard, niet bij de kop
-evenwicht, houding, kleine stappen nemen
-beter boven dan onder, beter opzij dan recht
-beslis en doe, maar wees niet overmoedig.
-de punt is het centrum van het zwaard
-blijf in beweging
-vor, nach, weich, hard, indes
Enkele technieken in beeld

Dragen van het langzwaard

Pflug, recht en averechts

Ochs, recht en averechts

Vom Tag, recht en Ober dem Kopf

Alber, recht en averechts

Schrankhut, recht en averechts

Nebenhut recht en averechts

LangenOrt en Kron
Transities (getoond ter plaatse):

Horizontaal, laag

Horizontaal, hoog

Diagonaal, rechte ploeg naar averechte os

Diagonaal, averechte ploeg naar rechte os

Verticaal, recht

Verticaal, averechts
Meisterhaue:

Zornhau

Krumphau, versetzen tegen Ochs

Zwerchhau, versetzen tegen vom Tag

Schielhau, versetzen tegen Pflug

Schielhau tegen Langenort: eerst slag, dan stap.

Scheitelhau, versetzen tegen Alber

Uberlauffen

Anbinden, zwei Hengen; ook Absetzen

Anbinden, zwei Hengen; ook Absetzen - kan ook gespiegeld, als de lijnen maar
kruisen

Zucken (abnahmen)

Schnappen

Durchwechseln

Winden in Pflug

Winden in Ochs

Duplieren

Duplieren, verticale transitie als counter, diagonaal Mutieren

Duplieren, verticale transitie als bescherming, diagonaal Mutieren - averechts

Mutieren, verticale transitie als bescherming, diagonaal Duplieren

Mutieren, verticale transitie als bescherming, diagonaal Duplieren - averechts

Durchlauffen; één, twee, twee bis, en drie


Abschneiden boven en onder

Hande drucken

Hande drucken, andere kant